Charles Donker

RKD STUDIES

Biografische gegevens

1940
Karel Christiaan Marie Donker wordt op 23 april 1940 in Utrecht geboren als vierde kind in een vrijzinnig katholiek gezin. Het ouderlijk huis staat aan de Dr. H. Th. s’Jacoblaan 26 in de wijk Tuindorp. Zijn vader is Josephus Henricus Donker (Gennep, 21 april 1895 – Utrecht, 3 november 1996), zijn moeder Diederika Gerarda de Roy (Amsterdam, 23 september 1903 – Utrecht, 2 januari 1989). Beide ouders zijn werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen. Het gezin bestaat verder uit twee oudere broers Hans en Dik, een oudere zus Beatrijs en een jongere broer Frank.

1946-1955
Donker gaat in Utrecht naar de Paulusschool, de katholieke lagere school in Tuindorp, en doorloopt daarna de MULO aan de Gerardus Majellaschool.

1956-1961
Op de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch, waar hij dagelijks met de trein naartoe gaat, bekwaamt Donker zich in de grafische technieken onder leiding van de docenten Lou Strik (1921-2001), Wim Noordhoek (1916-1995) en de Utrechtse graficus William D. Kuik (later Dirkje Kuik, 1929-2008). In 1978 zegt Donker in een interview met NRC-journaliste Vera Illes: ’Ik was zeventien toen ik Kuik ontmoette. Hij is de grote stimulator, de grote motor achter mijn ontwikkeling geweest, ook later toen ik van school kwam en hier in Utrecht een atelier had. Niet dat hij me vertelde wat ik moest doen, maar Kuik heeft mij goed leren kijken. (…) Hij nam me ook mee naar zijn vrienden. Ik was altijd nogal geïsoleerd geweest en nu kwam ik allerlei rare vogels tegen in halfduistere gelegenheden waar de hele nacht doorgepraat werd over kunst, over elkaars werk.’ In de laatste twee jaar studeert Donker onder Marius de Leeuw (1915-2000) aan de afdeling monumentale kunst, waar hij onder meer muurschilderingen en mozaïeken leert ontwerpen. Via de academie krijgt hij opdrachten voor wanddecoraties bij onder meer een bedrijf in Veghel en een school in ’s-Hertogenbosch. Voor zover de kunstenaar weet is er anno 2020 niets meer van zijn monumentale werk over. Een aantal van zijn vroege abstracte etsen (CD 62- 2/3, 10) herinnert nog wel aan zijn stijl van werken als monumentaal kunstenaar.

1962
Donker wordt lid van twee Utrechtse kunstenaarsverenigingen: het Schilder- en Tekenkundig Genootschap Kunstliefde (waar hij sindsdien modeltekenavonden bijwoont) en het Grafisch Gezelschap De Luis. De Luis is een jaar eerder opgericht door eerdergenoemde William Kuik, de graficus en jurist Henc van Maarseveen (1926-1912) en de schilder Joop Moesman (1909-1988) (CD 62-25). Het gezelschap wil de vervaardiging en verkoop van grafische kunst bevorderen; de leden maken zeer uiteenlopend werk, van zuiver abstract tot volledig figuratief, en vaak enigszins surrealistisch. Donker wordt een actief lid van het gezelschap. Hij neemt deel aan alle groepstentoonstellingen en aan de jaarlijkse grafiekzendingen voor begunstigers en verzamelaars, en hij maakt gebruik van het grafisch atelier van De Luis, eerst in de Schalkwijkstraat en later in de Voorstraat. Zelf betrekt hij een atelier aan de Dr. H. Th. s’Jacoblaan. Daar houdt hij zich aanvankelijk met allerlei technieken bezig: hij schildert in gouache in olieverf, aquarelleert en maakt incidenteel ook mozaïeken en houtreliëfs. Binnen zijn grafische werk wordt de etstechniek al gauw de belangrijkste.

1964
Vanaf januari 1964 woont Donker in bij Henc van Maarseveen aan de Plompetorengracht 2. Hij exposeert regelmatig samen met collega’s. Het Centraal Museum in zijn woonplaats koopt voor het eerst prenten van hem aan.

1965
Met de Utrechtse schilder Nico Rypkema (1931) reist Donker in maart 1965 naar de Provence in Frankrijk, waar de twee verblijven in het Maison Jaune in Murs, een atelierwoning die wordt beheerd door de Vincent van Gogh Stichting. Donker maakt er grote tekeningen en gouaches van het landschap (CD-T-19653.Custodia).

1966
Donker verhuist naar de Schalkwijkstraat 6 in Utrecht, waar eerder het grafisch atelier van De Luis gevestigd was. Het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk vestrekt hem de opdracht een prent te maken die in Nederlandse scholen komt te hangen. Het wordt de litho Vrouw en reuzenvlinder in landschap (CD 67-2). Op een verzoek om informatie van de kunsthandelaar en lexicograaf Pieter Scheen antwoordt Donker onder meer dat ‘jonge vrouwen in landschappen’ het voornaamste onderwerp van zijn werk zijn (CD 65-2/5, 22/23). Zijn grafiek uit de vroege jaren zestig is steeds een combinatie van realisme en abstractie, met veel ornamentele elementen; in de loop van het decennium gaat hij meer naar de natuur dan naar de verbeelding werken. De natuur blijft daarna altijd zijn uitgangspunt.

1967
Op 13 september trouwt Donker in de Maria Minor, de Grieks-orthodoxe kerk in het centrum van Utrecht, met Niovy Chiotakis (13 april 1945 – 17 november 2017) (CD 67-10, 27, CD 69-20). Niovy is een dochter van welgestelde Grieken die in de jaren twintig naar Nederland zijn gevlucht voor de Turkse overheerser; haar vader Pavlos Chiotakis heeft samen met zijn broer een grote bontwinkel aan het Janskerkhof. Net als Donker is Niovy geboren en opgegroeid in de wijk Tuindorp; ze zagen elkaar wel eens in de buurt, maar leerden elkaar pas echt kennen toen zij omstreeks 1963 ging werken als assistente van Bertus Brand, een Utrechtse pottenbakker wiens atelier aan de Oudegracht Donker frequenteerde. Na de trouwerij gaan de Donkers op huwelijksreis naar Spanje, waar ze logeren bij een bevriende schilder in Cadaques. Niovy is nauwelijks verbaasd als haar kersverse echtgenoot een dag na aankomst al zit te tekenen. ‘Charles leeft voor zijn werk’, zegt ze in oktober 1971 in een interview met de Haagse Post, ‘maar dat wist ik toen we trouwden. En dat vind ik nu juist zo leuk van hem. Als hij zich ergens in verdiept, weet hij er ook alles van. (…) Zijn broers hebben dat ook, een soort bezetenheid. Charles zelf zegt nooit veel, maar als hij wat zegt heb je er ook iets aan.’ Terug in Utrecht gaat het jonge stel wonen in de Gasthuisstraat; Donker houdt tot 1970 zijn atelier in de Schalkwijkstraat aan.

1967-1972
Gedurende vijf jaar maakt Donker gebruik van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR), een overheidsregeling die kunstenaars van een inkomen voorziet in ruil voor werk. In mei 1969 verleent de Stad Utrecht hem een eenmalig stipendium van 8.000 gulden.

1969
Op 26 april 1969 wordt dochter Anna Rhea geboren (CD 69-19). Kort na haar geboorte verhuist het gezin Donker naar de Oudekamp 18. Het huis is een huwelijkscadeau van Donkers schoonvader. Donker legt zich als kunstenaar voortaan volledig op tekenen en etsen toe.

1970
Met de Utrechtse schilder Peter van Poppel (1945) reist Donker in april naar Saint-Laurent-sous-Coiron in de Franse Ardèche, waar hij etsen maakt. In de herfst betrekken de beeldhouwer Kees van der Woude (1948) en hij een onbewoonbaar verklaard boswachtershuisje in Rhijnauwen, even buiten Utrecht, dat ze anno 2020 nog steeds als atelier huren. Donker werkt meestal binnen, Van der Woude vooral buiten. ‘Het is wel lekker ook, dat hij wat anders doet dan ik’, zegt Donker in 1973 in een interview met Bart-Jan Klaster van Het Parool. ‘Met een graficus ga je weer ouwehoeren over drukken. Tot je er doodziek van wordt. Kees heeft vaak een andere kijk op dingen en daardoor ga je zelf die dingen ook anders bekijken.’ In september 1970 vindt Donkers eerste solotentoonstelling bij Galerie Petit in Amsterdam plaats; die galerie zal hem 46 jaar blijven vertegenwoordigen. Op 30 december wordt Donkers zoon Arjen Ioannes (Arie) geboren.

1971
Van het stipendium uit 1969, dat ze opzij konden zetten door sober te leven, kopen Charles en Niovy Donker twee jaar later een huisje in Godlinze, Groningen. Gedurende de schooljaren van de kinderen brengt de familie er de vakanties door. Donker trekt zich tot op de dag van vandaag geregeld in Godlinze terug om er ongestoord te kunnen werken. Eind 1971 hebben de Utrechtse tekenaar Peter Vos (1935-2010) en hij een succesvolle verkooptentoonstelling bij Galerie Balans in Amsterdam. Daardoor leert Donker de graficus Frans Lodewijk Pannekoek (1937) kennen, die net als Peter Vos een vriend voor het leven wordt.

1972
Met Peter Vos en zijn overbuurman, de Israëlische veearts Roewen Shekel (1935-2019), reist Donker in mei 1972 af naar de Camargue in Zuid-Frankrijk. In de zomer draagt hij twee etsen bij aan het boekje Schelpen (CD 71-3/4), een uitgave met twintig originele prenten van voornamelijk Haagse grafici, onder wie initiatiefnemer Simon Koene (1946).

1973
Eind mei verblijf van een week op de Griend, een (afgezien van een vogelobservatiepost) onbewoond vogeleiland ten zuiden van Terschelling in de waddenzee, waar hij vogels schetst en in zijn etsen verwerkt (CD 73-9/12).
In het voorjaar 1973 exposeert Donker met de andere leden van De Luis in het Institut Néerlandais, het Nederlandse culturele instituut aan de Rue de Lille in Parijs. De Fondation Custodia verwerft bij die gelegenheid voor het eerst prenten van hem. In het najaar van 1973 stelt Galerie Balans de tekeningen tentoon die Donker heeft gemaakt voor het, in 1974 verschenen, kinderboek De verschrikkelijk verlegen vogelverschrikker van Karel Eykman (CD-T-1973.Custodia). De illustraties maken deel uit van de tentoonstelling Vogels, die ook werk bevat van twee met Donker bevriende vogeltekenaars, Peter Vos en Henk Slijper (1922-2007).

1975
Van 5 februari tot 2 maart 1975 wijdt het Institut Néerlandais in Parijs een solotentoonstelling aan Donkers werk. Opnieuw verwerft de Fondation Custodia een aantal etsen. In het voorjaar verblijft Donker voor de tweede maal in Murs in de Provence.

1976
In het Centraal Museum in Utrecht vindt van 15 april tot 6 juni 1976 Donkers eerste museale solotentoonstelling plaats. De tentoonstelling is geopend door de bioloog en schrijver Dick Hillenius (1927-1987)(CD-69-9 II(4). De selectie voor de tentoonstelling is gemaakt door conservator Libuse Brozek-Dolezal (1929-1991) en de kunstenaar zelf. Ze hebben vooral geput uit de laden in zijn atelier. Er hangen meer dan 150 prenten, die volgens verschillende recensenten een indrukwekkend beeld geven van Donkers kunnen. Van enkele prenten wordt een reeks proefdrukken getoond, waarmee het ontstaansproces inzichtelijk wordt gemaakt. Door de tentoonstelling komt Donker in contact met de kunsthistoricus Joop Nieuwstraten (1925-2016), op dat moment directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie in Den Haag. Nieuwstraten zal tot 2001 om de paar maanden werk van hem kopen, niet alleen voltooide etsen maar ook opgewerkte proefdrukken en tekeningen. Ook de Utrechtse hoogleraren kunstgeschiedenis Eddy de Jongh (1931) en Peter Hecht (1951) leggen vanaf de jaren zeventig omvangrijke privécollecties aan van Donkers werk.

1977
In de lente maakt Donker etsen van het landschap in de Ardèche, waar hij onder meer verblijft in het dorp Saint-Jean-le-Centenier. In september is hij met zijn Utrechtse vogelvrienden Peter Vos en Reuven Shekel op Terschelling (CD 75-17). Uitgeverij Thomas Rap publiceert in december 1977 Donkers Dagboek Rhijnauwen. Het is de eerste keer dat er prenten van hem in een boek verschijnen. Naar aanleiding van de tentoonstelling in het Centraal Museum en de boekpublicatie een jaar later verschijnt Donker veelvuldig in de pers, wat bijdraagt aan zijn landelijke bekendheid. Die bekendheid leidt in de jaren die volgen tot succesvolle verkooptentoonstellingen bij de Amsterdamse galeries Balans en Petit, Galerie Willy Schoots in Eindhoven en De Reiger en Galerie Jas in Utrecht.

1979
In januari en februari exposeert Donker opnieuw in het Institut Néerlandais in Parijs, waar zijn etsen nu te zien zijn in combinatie met de drogenaaldprenten van zijn kunstbroeder Frans Pannekoek. Het Institut toont gelijktijdig werk van hun artistieke voorvader Wenzel Hollar (1607-1677) uit de verzameling van de Fondation Custodia. Met zijn overbuurman Roewen Shekel maakt Donker in het voorjaar een vogelreis door Shekels geboorteland Israël. Van tekenen komt weinig.

1980
Niovy Donker gaat vanaf 1980 enkele jaren gebukt onder depressies. In een van Donkers etsen uit die periode, Aanwas in Rhijnauwen met dakpannen (CD 80-3), treden de huwelijksproblemen aan het licht: normaal gesproken zijn het vogelgeluiden en observaties over het weer die hij in spiegelbeeld aan de rand van de plaat noteert, maar nu lezen we daar ineens de woorden ‘twijfel’ en ‘UITZICHTLOOS’. In de loop van de jaren tachtig vindt Niovy, formeel Grieks-orthodox maar nauwelijks godsdienstig opgevoed, een roeping als Jehova’s Getuige. Haar godsvertrouwen brengt de blijmoedigheid en de rust terug in het huwelijk.

1982
Een uitvoerig interview door Betty van Garrel in NRC Handelsblad van 5 maart 1982 draagt bij aan het verkoopsucces van etsen op een tentoonstelling bij Galerie Petit in Amsterdam, waar Donker van 19 februari tot 4 april exposeert met Peter Vos.

1986
Begin jaren tachtig zijn er veranderingen in Donkers werkwijze opgetreden die onmiskenbare gevolgen hebben. De formaten van zijn etsplaten zijn groter geworden en de composities steeds complexer. Bijgevolg is het aantal prenten dat hij jaarlijks maakt afgenomen. De prentmaker loopt vast in zijn streven het landschap bij Rhijnauwen tot in de kleinste details weer te geven. Dat verandert wanneer hij in 1986 in het polderlandschap met sloten bij Breukelerveen gaat werken. Hij vindt er nieuwe motieven, die hij in één keer op de plaat kan zetten. Het landschap in Rhijnauwen is hierna niet langer het hoofdthema in zijn werk. In de jaren negentig zullen de bossen op de Utrechtse Heuvelrug een belangrijk motief gaan vormen en in de nieuwe eeuw gaan ook de uiterwaarden langs de Lek behoren tot Donkers werkterrein.

1990
In mei 1990 neemt Donker deel aan een werkweek van 25 kunstenaars aan Schiermonnikoog . Het initatief tot Wild life artists meet on Schiermonnikoog is genomen door Erik van Ommen, Robin d’Arcy Shillcock en Ysbrand Brouwers (zie d’Arcy Shillcock e.a. 1992; CD 90-17 en CD-T-1990). Een jaar later resulteert deze samenkomst in de oprichting van de Artists for Nature Foundation. De op Schiermonnikoog gemaakte werken worden in de zomer van 1992 tentoongesteld in Slot Zeist en afgebeeld in de eerste uitgave van de stichting, het boek Wind, Wad en Waterverf.

1992
Donker reist in het voorjaar van 1992 met de Artists for Nature Foundation (ANF) naar de Bierbzavallei in Polen (zie d’Arcy Shillcock e.a. 1993; CD 92-2/7 en CD-T-1992).

1994
Een derde ANF-excursie brengt Donker in februari van 1994 naar de Extremadura in Spanje (zie Hammond e.a. 1995; CD 94-2/5 en CD-T-1994).

1995-2000
Als in de loop van de jaren negentig hun inkomen daalt als gevolg van een afnemende verkoop van zijn prenten, besluiten Donker en zijn echtgenote een dag per week via een schoonmaakbedrijf kantoren te gaan schoonmaken. Zo verdienen ze tussen 1995 en 2000 een bescheiden extra inkomen en worden hun sociale lasten gedekt.

1996
De vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad geeft Donker opdracht een prent te maken voor haar donateurs. Dat resulteert in de ets Achtergevel van de Begijnhofkapel (CD 96-17).

2001
In juli maakt Donker met de ANF een reis naar de Catalaanse Pyreneeën (zie Brouwers e.a. 2003; CD 00-3 en CD-T-00).

2002
Museum Het Rembrandthuis in Amsterdam presenteert van 10 november 2002 tot 23 februari 2003 een overzicht van Donkers grafische werk onder de titel Charles Donker, etser. De catalogus bij de tentoonstelling, geschreven door Eddy de Jongh en Peter Schatborn, wordt uitgegeven door de Hercules Segers Stichting. Het is na het Dagboek Rhijnauwen de tweede publicatie met reproducties van Donkers grafiek, en ditmaal doet de kwaliteit van de afbeeldingen wél recht aan zijn werk. Tentoonstelling en boek worden in NRC Handelsblad enthousiast besproken door Marianne Vermeijden, die schrijft dat ‘Donker etst zoals zestiende-eeuwse groten als Dürer en Holbein tekenden’.

2003
In november reist Donker met de ANF naar Peru en Ecuador (zie Williams 2004 ; CD 02-14/16 en CD-T-03). Het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum in Amsterdam verwerft de ruim 400 prenten en tekeningen van Donker die Joop Nieuwstraten verzamelde tussen 1976 en 2001.

2005
In de zomer doet Donker mee aan een ANF-project over molens in de Provincie Utrecht (zie Y. Brouwers e.a., 2006; CD 04-19). Hij maakt er een groep penseeltekeningen en een ets voor (CD 04-9). In het najaar reist hij met de ANF naar Engeland, waar hij werkt in het natuurreservaat Great Fen in Suffolk (zie Gerrard (red.) 2006; CD 06-1 en CD-T-05). Vanaf 2005 heeft Donker recht op AOW en behoren de geldzorgen van Niovy en hem tot het verleden. Verder verandert er weinig in hun leven.

2008
Museum Het Rembrandthuis wijdt in de herfst van 2008 een tentoonstelling aan Grafisch Gezelschap De Luis 1960-80. In een boek met dezelfde titel, samengesteld door Roman Koot, Saskia de Bodt en een groep Utrechtse kunstgeschiedenisstudenten, wordt de geschiedenis van De Luis beschreven en de rol die Charles Donker daarin speelde.

2009
Donker reist in het voorjaar met de ANF naar de Hula-vallei in Israël (zie Labinger & Gorney 2011: CD-T-2009). Het wordt zijn laatste reis met de stichting.

2010
Het Rijksmuseum koopt een grote groep etsen van Donker in aanvulling op de eerder van Joop Nieuwstraten verworven verzameling. Kort daarna worden er nog prenten uit het Instituut Collectie Nederland aan het Rijksprentenkabinet overgedragen en verwerft het museum etsen van Donker uit de verzameling van de Utrechtse historica Marietje van Winter (1927). Het Rijksmuseum bezit daarmee tot dusverre de grootste en meest gevarieerde collectie werk van Charles Donker die er bestaat. Van 11 september 2010 tot 9 januari 2011 vindt in het Centraal Museum in Utrecht een tentoonstelling van Peter Vos en Charles Donker plaats. Het is de eerste keer in decennia dat het museum werk van de beide Utrechtenaars laat zien. Bij de tentoonstelling verschijnt een kleine catalogus met teksten van Eddy de Jongh en Jan Piet Filedt Kok. Peter Vos overlijdt in de tentoonstellingsperiode, op 6 november, 75 jaar oud.

2011
Het Utrechtse College van Burgemeester en Wethouders kent Charles Donker de Maartenspenning 2010 toe vanwege zijn verdiensten voor de stad. In opdracht van het Fentener van Vlissingenfonds maakt hij de ets Utrechtse muur met stadswapen en opschriften (CD 10-13) en in opdracht van de Stichting Sanssouci de ets Hout en hop I (CD 10-14).

2012
De Fondation Custodia koopt een omvangrijke groep prenten van Donker aan. Op 30 november vindt bij Galerie Petit in Amsterdam, waar Donker op dat moment exposeert met Wendelien Schönfeld en Kris Spinhoven, de lancering plaats van de online oeuvrecatalogus van zijn grafische werk tot 2010 als RKD-monograph, waarvan in 2021 de huidige herziene vorm, die tot op heden is aangevuld en bijgewerkt.

2013
In februari 2013 reist Donker naar El Burgo in Spanje om een bezoek te brengen aan zijn broer Frank, die daar een vakantiehuis heeft. Hij maakt er ook tekeningen. In september en oktober is zijn grafiek onder de titel Charles Donker – Histoires naturelles te zien bij Galerie Documents 15 in Parijs.

2016
Vriend en verzamelaar Peter Hecht stelt in het voorjaar van 2016 een tentoonstelling van recente etsen van Donker samen voor de Waalgalerie in Tiel. De Willem den Ouden Stichting publiceert daarbij een boekje waarvoor Hecht de inleiding schrijft. De Utrechtse documentairemaker Peter-Paul van der Houven maakt voor RTV Utrecht een twintig minuten durend videoportret van Donker, die te zien is op de website artforever.nl. In december exposeert Donker opnieuw bij Galerie Documents 15 in Parijs.

2017
Op 17 november 2017 overlijdt Niovy Olympia Donker-Chiotakis plotseling. De uitvaart vindt op 23 november plaats in crematorium Daelwijck in Utrecht.

2019
De Volkskrant wijdt op 21 augustus 2019 twee hele pagina’s aan Charles Donker. Kunstjournalist Stefan Kuiper noemt hem in het artikel ‘een van de beste levende etsers van ons land’.

2020
Het Volkskrant-interview leidt ertoe dat Uitgeverij Lecturis ter gelegenheid van Donkers tachtigste verjaardag een monografie over hem uitbrengt: De etsen van Charles Donker. Het boek, met teksten van Ed de Heer, Érik Desmazières, Reinder Homan en Simon Koene, is een welkome vervanger van de catalogus uit 2002, die al tijdens de tentoonstelling in het Rembrandthuis uitverkocht raakte.

2021
In het najaar van 2021 presenteert de Fondation Custodia in Parijs onder de titel Charles Donker – Altijd kijken een retrospectief van Donkers grafiek en tekeningen, waarbij een gelijknamig boek verschijnt.

#

Foto: Gijsbert van der Wal


Omslag afbeelding
Charles Donker
Zelfportret en face
paper 241 x 238 mm
Amsterdam, Rijksprentenkabinet, inv./cat.nr. RP-P-2003-717
CD 75-6


Cookies disclaimer

Our site saves small pieces of text information (cookies) on your device in order to deliver better content and for statistical purposes. You can disable the usage of cookies by changing the settings of your browser. By browsing our website without changing the browser settings you grant us permission to store that information on your device.
I agree